Van dé dansfotograaf naar nieuwe maker
Rudy Carlier staat in Vlaanderen bekend als dé dansfotograaf. Van Patchwork naar Dansstorm of Out Of The Toolbox, is er bijna geen danser die nog niet voor zijn lens heeft gestaan. Nu zet hij voorzichtig zijn eerste stappen als maker. We gingen in gesprek met Rudy, samen met Helena Vandecasteele en Sanne Kiekens van Roots Compagnie, over zijn werk als fotograaf, de samenwerking met de dansers en hun maakproces, en hoe de toekomst er voor hen uit ziet. Een ding is zeker: hij heeft geen woorden nodig om verhalen te vertellen.
Hoe ben je met fotografie gestart? En waar is dan je liefde voor specifiek dansfotografie begonnen?
Rudy: Voor mijn start moeten we terugkeren naar toen ik een jaar of tien was. Mijn moeder was toen lid van een boekenclub, waarbij ze een fototoestel (van 99 Belgische frank!) cadeau had gekregen. Dat is dan in mijn handen beland. Digitale fotografie bestond nog niet, dus kon ik uitzoeken hoe filmrolletjes te ontwikkelen, wat mij aantrok in fotografie. Ik was niet bezig met het eindresultaat: dat is pas veel later gekomen, toen ik eens enorm door een bepaald muziekstuk geraakt werd. Toen besefte ik: dat moet fotografie ook kunnen.
Ik was begonnen met portretfotografie - waar ik een redelijke reputatie in had gekregen - maar het bevredigde mij niet. Ik wilde verhalen vertellen, dus ben ik beginnen te zoeken naar andere plekken om te fotograferen. Eerst kwam ik bij klassieke muziek, maar daar zaten naar mijn gevoel nog beperkingen in. Ik ben dan naar Dans in het Park geweest, waar Mileen Borgonjon van Wisper een workshop contactimprovisatie gaf. Dat prikkelde mij enorm, wat de bal heeft doen rollen. Via een studente choreografie ben ik dan terecht gekomen bij een hedendaagse dansvoorstelling die mij helemaal omver had geblazen. Ik kwam buiten met het idee: “Vanaf nu wil ik elke dag zoiets zien.” De rest is geschiedenis.
Je bent nu je eerste stappen als maker aan het zetten. Vanwaar de overstap?
Rudy: Ik ben een man van weinig woorden. De ondertitel van mijn website is niet voor niets “When words fail.” Mijn honger naar verhalen vertellen met mijn werk is met fotografie niet volledig gestild. Je kan emotie goed in een stilstaand beeld weergeven, maar een volledig verhaal vertellen is moeilijker. Daarom wil ik het in een effectieve dansvoorstelling doen. Concreet had ik een beeld in mijn hoofd van wat ik op het podium wou zien. Een drietal jaar geleden heb ik dan contact opgenomen met Helena van Roots Compagnie, die het meteen zag zitten om mee te werken.
Kan je iets vertellen over de voorstelling zelf?
Rudy: Dat ga ik niet doen. Ik haat het wanneer vooraf bij dansstukken in detail verteld wordt waarover het gaat. Ik wil net dat het publiek zelf zijn verbeelding gebruikt. Als je in woorden moet uitleggen waarover je stuk gaat zodat je publiek het begrijpt, dan klopt je boodschap niet. Als de boodschap vanzelf duidelijk is, moeten daar geen woorden aan vuil gemaakt worden. Mocht het publiek toch iets anders zien dan wat ik bedoel, is dat prima. Het enige wat ik wil, is dat ze geraakt worden. Dat ze er nog aan gaan denken wanneer ze buiten wandelen, op de weg naar huis, of de dag erna.
Helena: Ons doel is dat de performance wat nazindert bij het publiek. Het moet emoties losmaken en resoneren bij de toeschouwers. Om te weten waarover het gaat, moet je maar komen kijken!
Mijn honger naar verhalen vertellen met mijn werk is met fotografie niet volledig gestild. Je kan emotie goed in een stilstaand beeld weergeven, maar een volledig verhaal vertellen is moeilijker. Daarom wil ik het in een effectieve dansvoorstelling doen.
Hoe is de samenwerking opgestart? En hoe verloopt het maakproces?
Rudy: Ik ben naar Helena gegaan zonder inhoudelijk veel weg te geven. Het verhaal dat achter het project zit is enorm persoonlijk, en ga ik ook niet meteen vrij geven. Ik had enkel wat scenario’s geschetst, met een visueel idee van wat ik graag op het podium wilde zien. Zij is dan meteen met mij in zee gegaan. Sanne en Lies zijn dan uiteindelijk de twee dansers geworden, terwijl Helena en ik meer vormgeven. In eerste instantie legde ik aan haar uit wat ik wou zien, en zij vertaalde dat dan naar concrete choreografie. Nu is het raamwerk af, dus zijn we vooral bezig met alles te polijsten en het verteerbaar te maken voor een publiek.
Sanne: Het is geen gemakkelijk proces geweest. Met een zwangerschap, reizen, ziektes en een fietsongeval ertussen voelde het alsof er een vloek op de voorstelling rustte. Maar in september hebben we het opnieuw opgepakt, en nu zijn we volop aan het creëren.
Helena: De eerste repetities liepen ook niet zo goed, dus het was moeilijk om er opnieuw aan te beginnen. Maar ik heb het gevoel dat we de goede weg op gaan. In het begin was het zoeken naar een danstaal. Dat was niet gemakkelijk, omdat ik zorg wou dragen voor Rudy zijn concept. Ik wou me niet te veel moeien, en een balans bewaken tussen mij en hem. Maar uiteindelijk ging dat allemaal vanzelf. Ondertussen kan Rudy ook heel vlot met Lies en Sanne communiceren: zij begrijpen hem en omgekeerd. Momenteel zijn we vooral aan het zoeken naar een balans tussen de bewegingsstijl en de emotionele gelaagdheid van het stuk. We willen Rudy’s verhaal overbrengen, maar we mogen er niet in verdrinken. Het mag heel hard binnenkomen, maar het moet niet roekeloos naar het publiek gesmeten worden.
Sanne: Het is een fysiek intens stuk. Daar moeten we nog wat balans in zoeken! Ook proberen we de bewegingsstijl van Rudy te onderzoeken en over te brengen op onze eigen manier.
Merk je verschil op tussen fotograferen en een stuk maken?
Rudy: Het grote verschil tussen fotografie en maken, is dat je het niet alleen doet. Helena werpt ideeën op waar ik op verder werk, of waar ik initieel niet aan zou denken. En omgekeerd ook! Als fotograaf heb je dat niet.
Sanne: Als danser is dat ook interessant. Rudy geeft ons een beeld, en dat proberen we uit te voeren. Maar iedere danser is anders, iedereen beweegt anders… Als iemand een choreografie helemaal voor zich ziet is het niet altijd vanzelfsprekend om dat te rijmen met elkaar. Rudy heeft zijn taal, Helena heeft haar taal, Lies en ik hebben de onze. Het leuke is dat we die kunnen uitwisselen. Helena en Rudy zorgen voor een heel veilige omgeving waarin we hard gestimuleerd worden om gewoon te proberen. Dat geeft ook veel inspiratie naar de maker toe, die dan ja of nee kan zeggen. Zo laat hij ons verschillende versies van hetzelfde beeld maken. Na een aantal keer proberen komt er dan wel iets heel goeds uit. Het is leuk om zelf creatief na te denken, terwijl iemand anders het overzicht bewaart en er een mooi, deftig geheel van maakt.
Helena: Ik vind het wel echt zot hoe gedetailleerd Rudy weet wat hij wil voor iemand die nog nooit een dansstuk gemaakt heeft. Er is een duidelijk kader, waardoor wij kunnen gaan experimenteren met de invulling, wat heel fijn is. Er zijn nog veel plekken om nog dieper te gaan, denk ik. Er zit nog zoveel meer in!
Ga je nog kunnen terugkeren naar fulltime fotografie? Of ga je blijven maken?
Rudy: Moeilijke vraag! Ik heb nu een verhaal dat sterk in mij leeft, wat ik wil brengen. Als ik daarachter nog iets zou maken, vind ik dat dat minstens even sterk zou moeten zijn, en dat is niet vanzelfsprekend. Een stuk maken, zomaar, omdat ik er zin in heb, daar ga ik niet aan beginnen.
Helena: Elke kunstenaar begint met hun eerste werk vanuit een bepaalde urgentie. Er is een thema of een idee dat zodanig leeft binnenin, dat een weg naar buiten moet vinden, en via kunst vorm kan krijgen. Maar ik denk ook dat je een taal kan ontwikkelen waarmee je verder kan creëren, ook al leeft die urgentie voor een bepaald verhaal niet meer. Er gaan altijd bepaalde thema’s zwaarder blijven doorwegen, maar kleinere vraagstukken mogen ook een plekje krijgen. Dat gezegd zijnde, herken ik die angst ook wel.
Rudy: Ik denk dat dit stuk na deze residentieperiode niet af is. Ik wil het veel brengen en verder uitwerken. Want het is niet omdat ik nu tevreden ben, dat dat gevoel gaat blijven. Ik heb dat bij mijn foto’s ook: ik kan trots zijn op een bepaalde foto, en daar 2 maanden later niets meer aan vinden.
Sanne: Het is een uitwisseling tussen ons allemaal. We zijn met vier gepassioneerde mensen bij elkaar, wat veel energie met zich meebrengt. Het is een superinteressant stuk om te dansen. Er zijn veel lagen, en er zijn veel momenten waaruit iets heel moois kan groeien. Het is nu een goed moment om te tonen wat we al hebben, om er daarna nog verder in te kruipen.
Helena: Ik vind het gewoon een superleuk proces, en ik ben heel dankbaar. Rudy neemt altijd foto’s voor ons, en we kunnen nu eindelijk iets terug betekenen voor hem. We tonen het stuk op Common Ground in Theater Tinnenpot, zaterdag 27 juni. En op de Gentse Feesten spelen we 19 en 20 juli in het Lakenmetershuis! Spannend, dus!
We verzamelen verhalen om ze een podium te geven: op onze website, via social media, in toekomstige open calls ... Zo kunnen we inspireren, kennis delen en elkaar versterken.
Ben jij bezig aan een onderzoek rond bv. dans en welzijn, dans en inclusie, dans en ecologie … of broed je op een nieuw dansconcept, vertel ons jouw verhaal!