Ga verder naar de inhoud

Van dansdocent tot dans­we­ten­schap­per

Sector
Educatie
Interdisciplinair
15 augustus 2026

Evelien Maes (37) is dansdocent en danswetenschapper, en een vaste waarde bij Danspunt. Naast het geven van de tweejaarlijkse docentenopleiding, doet ze komend schooljaar een tournee met maar liefst 10 stops over heel Vlaanderen om dansdocenten bij te scholen. We zaten met haar samen om te praten over haar achtergrond, opleidingen, onderzoek en haar missie om met wetenschappelijk onderbouwde danslessen de danssector beetje bij beetje te verbeteren.

© Henry Ghammache

Hoe is het dansverhaal voor jou begonnen?

Ik heb dans met de paplepel binnengekregen. Mijn mama is volksdansdocent, en heeft nog steeds haar eigen volksdansgroep. Voor mijn geboorte schommelde ik dus al mee in de buik. Als kind wilde ik mee met mijn ouders naar dans-events, en heb ik zo dansreizen, optredens met internationale groepen en festivals kunnen meepikken. Zodra ik oud genoeg was, werd ik ingeschreven in een balletschool, en volgde daarnaast ook kinderdans bij mijn eigen moeder. Al snel bleek dat ik er aanleg voor had, en werd ik enorm gestimuleerd om te blijven dansen. Omdat ik op zoveel verschillende plekken dansles kreeg, begon ik mijn eigen ideeën en fantasieën te ontwikkelen. Ik dacht steeds vaker: “ik zou het anders aanpakken, misschien dat dat beter zou werken.” Daar zijn de eerste zaadjes geplant om van danseducatie mijn carrière te maken. Snel begon ik te dromen om mijn eigen dansschool op te richten!

© Henry Ghammache

Wat is je achtergrond in dans? Hoe ben je in het professionele veld beland?

Op het moment dat ik afstudeerde van het middelbaar stond ik voor een tweestrijd: iets met dans doen, of naar de universiteit gaan. Hoewel ik als kind een richting rond dierenzorg wou volgen, kriebelde het als tiener meer om iets kunstgericht te volgen. Ik had geen formele dansopleiding gevolgd, dus niemand geloofde dat ik als danser zou slagen. Mijn klastitularis raadde het me nadrukkelijk af. Uit boosheid en koppigheid dacht ik: ik ga het tegendeel bewijzen. Zo gezegd, zo gedaan: ik ben voor alle dansrichtingen auditie gaan doen… maar ondanks de passie was ik er nergens door.
Overal hoorde ik dat ik talent had, maar technisch niet sterk genoeg was. Technisch sterker worden was de boodschap! In Arnhem begonnen ze met een nieuwe MBO-richting voor Dans Artiest, waarvoor ik was toegelaten, wat de ultieme kans was om mijn techniek bij te schaven. Omdat de richting nieuw was, kregen we enorm veel kansen. Elke dag dansles, internationale reizen naar Berlijn en Parijs, … Het probleem was dat een MBO-diploma uit Nederland niet internationaal erkend is, wat voor mij wel enorm belangrijk was. Ik ben dan in mijn tweede jaar met die opleiding gestopt. Gelukkig kon ik het jaar daarna in Tilburg beginnen met de richting moderne dans uitvoerend!
In mijn tweede jaar bij Fontys stond ik opnieuw voor een keuze: docent of uitvoeren? Ik was enorm aan het twijfelen, want ik danste zelf graag maar wou sowieso ook veel gaan lesgeven. Uiteindelijk hebben mijn onzekerheden mij parten gespeeld: ik was niet klaar voor het podium. Dus ben ik voor docent gegaan. Het was de veilige keuze, en ik wou sowieso op termijn lesgeven. Na af te studeren ben ik naar Den Haag verhuisd om mijn danscarrière te beginnen!

Evelien en Lynn Simonson

Je omschrijft jezelf als een danswetenschapper. Hoe ben je daarmee begonnen? En wat houdt dat juist in?

Mijn droom om professioneel danseres te worden lag snel aan diggelen: op mijn 25ste ben ik door een klierkoorts infectie zwaar ziek geworden. Door niet op tijd naar de dokter te gaan had het Epstein-Barrvirus mijn hartspier geïnfecteerd, en de cardioloog vond een behandeling te risicovol. . Dus werd ik voor onbepaalde duur  in ziekteverlof gezet, wat uiteindelijk twee en een half jaar heeft geduurd. De hele situatie had zware financiële gevolgen, waardoor ik noodgedwongen weer thuis ben gaan wonen bij mijn moeder in België. Die periode was echt een breaking point. Het voelde alsof ik genoodzaakt was dans voor altijd achter mij te laten. Maar ik kon dat niet. Als ik dansen uit mijn leven moest schrappen, voelde dat alsof mijn hele identiteit geschrapt werd.
Op dat moment moest ik mij heroriënteren. Ik heb een algemene behoefte om te blijven bijleren, wat een rode draad in mijn leven vormt. Aangezien ik aan het bed gekluisterd was, was de enige optie: opnieuw studeren. In die periode ontdekte ik IADMS (International Association of Dance, Medicine and Science), en het feit dat je op 3 plaatsen in Europa danswetenschap kon studeren, waaronder aan de Trinity Laban Conservatoire of Music and Dance. Als student danswetenschap kon je er laboratief onderzoek doen rond dans, met als kers op de taart Emma Redding als docent, een fantastische vrouw met een enorm indrukwekkende danscarrière. Ik heb geen seconde getwijfeld, en ben na anderhalf jaar rusten naar Londen vertrokken. Daar heb ik mijn kennis rond fysiologie, biomechanica, psychologie en somatische dansstijlen kunnen uitbreiden. Voor mijn thesis heb ik uiteindelijk de biomechanica verder uitgediept. Via een docent in Tilburg die wist dat ik kritisch ben, en graag de wetenschap achter de didactiek wil begrijpen, had ik Lynn Simonson leren kennen: een Amerikaanse danseres die haar jazzdidactiek samen met kinesisten heeft ontwikkeld om een leven lang veilig te kunnen dansen. In een van haar filmpjes gaf ze kritiek op de parallelle basispositie van de benen: er wordt dansers aangeleerd met de tenen recht naar voren te staan. Als je knieën naar binnen knikken bij een plié moet je die zogezegd wat 'naar buiten duwen' zodat ze ook recht naar voor gaan bij een buiging -  wat ik heel mijn dansopleiding mocht aanhoren. Als ik mijn voeten parallel zette, had ik een slechte balans, waardoor ik het commentaar kreeg: je danst niet goed. Lynn Simonson heeft daar onderzoek naar gedaan: De belijning in je benen kan een natuurlijke uitdraai creëren in het onderbeen. Als je die natuurlijke belijning respecteert sta je veel steviger. Ik wou dat biochemisch bewijzen, en heb met sensoren testen uitgevoerd om te onderzoeken of men echt stabieler staat en minder spierkracht nodig heeft om die stabiliteit te bereiken als je de natuurlijke uitdraai in de benen respecteert. Ik heb toen veel kennis opgedaan die ik nog steeds meeneem in al mijn danslessen. En dankzij dat onderzoek heb ik de kans gehad een beurs te krijgen om effectief bij Lynn Simonson te studeren! 

Hoe integreer je danswetenschap in je lespraktijk?

Het is altijd mijn droom geweest om een brug te bouwen tussen de danswetenschap en het danswerkveld, omdat daar een gigantische kloof tussen zit. Je kan niet van de gemiddelde dansdocent verwachten dat ze wetenschappelijke artikels begrijpen, hoe ze te interpreteren, etc. Ik wilde er aanvankelijk mijn carrière van maken om wetenschappelijke info om te zetten in bruikbare danslestools. Dansdidactiek blijft achter op sport, omdat er te hard wordt berust op oude tradities. Dans is vaak nog steeds een harde wereld: no pain, no gain. Maar daar sta ik niet achter. Ik wil net dat dans een cruelty free omgeving wordt. Als we nu wetenschappelijk onderbouwde manieren vinden om lessen beter te maken, zou het dan niet aangenamer zijn voor iedereen? De huidige manier van lesgeven werkt dikwijls niet voor alle leerlingen, maar wanneer dat wordt aangekaart, wordt het ‘probleem’ bij de danser gelegd. Ik vind dat elk individu een inspiratie kan zijn om nieuwe informatie over het danserslichaam te ontdekken, en dat we moeten blijven zoeken naar methodes die wél werken.  Anders raken we veel potentieel aan goede dansers kwijt. Een bekend voorbeeld is de nadruk die ligt op ‘flexibiliteit’, en de onzekerheid die dit kan creëren bij vele dansers.  Als je van nature minder flexibel bent, is dat dan permanent een probleem of niet? En kan je dan wel ‘goed genoeg’ zijn als danser? Dans is zo veel breder dan dat, maar flexibiliteit is ook zoveel complexer dan de meeste dansers begrijpen. Ik probeer kracht en flexibiliteit op een meer wetenschappelijk onderbouwde manier aan te pakken, en merk dat mensen in mijn lessen versteld staan van de vooruitgang die ze maken. Maar gelukkig is het werkveld langzaamaan aan het verbeteren op dat vlak. Danswetenschap begint eindelijk door te sijpelen. We zijn bijna 10 jaar na mijn afstuderen, dus de context is al serieus veranderd. Er wordt meer aandacht gegeven aan fitness, voeding en gezondheid. Ik strijd al lang niet meer alleen!

Ik wil net dat dans een cruelty free omgeving wordt. Als we nu wetenschappelijk onderbouwde manieren vinden om lessen beter te maken, zou het dan niet aangenamer zijn voor iedereen?
Evelien Maes
© Luna Goiris

Waar doe je nu onderzoek naar?

Ik probeer steeds op zoek te gaan naar de blinde vlekken in het dansveld, en wil daar oplossingen voor vinden. Zo zijn veel methodieken voor dans ontstaan vanuit het opleiden van kinderen. Het volwassen lichaam werkt echter anders, en ik vind het enorm belangrijk dat we dansmethodiek daaraan aanpassen zodat het niet alleen leuker maar ook veiliger en effectiever is. Als beginnende danser is het ook niet makkelijk om een docent te vinden die daar goed mee om kan gaan, wat jammer is. Iedereen kan dansen, en je wordt er gewoon een beter mens door. Door goede danslessen te geven kunnen we in mijn ogen de wereld effectief een aangenamere plek maken!
Maar mijn interesse in dansles geven is niet alleen altruïstisch hoor. Ik onderzoek ook hoe ik zelf een betere danser kan worden, of hoe ik mijn eigen lichaam beter kan inzetten in dans. Ik ben 37, wat voor een danser niet jong is, maar er zijn zeker nog mogelijkheden. Ik heb daarnaast nog veel interesse in Parkinson, en de bijdrage die dans kan leveren om de degeneratie van het zenuwstelsel te vertragen. Daar valt nog veel in te ontdekken, en er kunnen nog veel mensen geholpen mee worden!
Het interessante aan dans is dat het een zeer collectief onderwerp is. Elke dansles leer je je leerlingen iets bij, maar je leert ook iets van hen. Het is net door hun perspectief erbij te nemen, dat ons perspectief ook breder wordt. En door gestelde vragen ontdekken we steeds opnieuw blinde vlekken, waar we dan over kunnen nadenken.
Ondanks mijn drang om steeds nieuwe onderwerpen te zoeken, blijf ik het fijn vinden om datgene wat ik al weet te blijven verspreiden.

© Henry Ghammache

Hoe ben je bij Danspunt terechtgekomen?

Na mijn terugkeer uit Londen ben ik meteen aan de slag gegaan in het DKO en in privé dansscholen, verdeeld over West- en Oost-Vlaanderen. Na een tijd ben ik naar Gent verhuisd, en heb ik er een freelance opdracht bijgenomen als redacteur voor het tijdschrift dansdocent.nu. Naast de rubriek Anatomie en Gezondheid verzorgde ik later ook de eindredactie. In dat magazine werd een interview met mij gepubliceerd, wat Anne-Lore heeft opgepikt omdat ze mensen zocht om de docentenopleiding nieuw leven in te blazen. Ik kende Danspunt al, omdat mijn moeder jullie steeds hoog aanprees. We hadden afgesproken, het klikte meteen, en de rest is geschiedenis! We hebben een syllabus samengesteld, waarvoor we veel onderzoek hebben gedaan naar verschillende lesmethodes. Ondertussen zijn we 3 edities verder, en ben ik telkens opnieuw verbaasd door het succes en de impact. Als je de reacties hoort, heb je echt het gevoel dat we heel goed werk aan het doen zijn! Zeker als je kijkt naar de evolutie die de docenten meemaken door de opleiding heen! Het geeft ook echt zin aan mijn leven. De weekends van de opleiding zijn zwaar, maar ze zijn het echt waard. Je beseft dat de kennis die wij delen, ingezet wordt om anderen exponentieel te helpen.

Je doet voor Danspunt een workshop-tournee met maar liefst 10 stops. Hoe pak je dat aan?

Het is nu het derde jaar dat we de tournee organiseren, en het blijft mij verbazen hoeveel vraag er is naar workshops over thema’s als flexibiliteit of stijlgebonden dansles geven. Ik blijf er ook plezier in vinden: elke keer is het een ander publiek, en elke keer is het enorm nuttig. Ik blijf ook geprikkeld om de workshops steeds scherper te zetten en te verbeteren. Alle nieuwe vragen die nog nooit eerder gesteld werden, kunnen we dan weer incorporeren in de volgende editie. Zo blijft dat verder evolueren. Docenten blijven nieuwe dingen bijleren, ook al hadden ze ervoor een dansopleiding gevolgd. Net dat is interessant om hen nieuwe tools te geven. 
Het fijne aan de opleiding is dat we iedereen, ongeacht achtergrond, samen gooien. Als dansdocent kan je echt vereenzamen, en een deel van de opleiding is ideeën uitwisselen, leren van elkaar, en collegialiteit stimuleren. Dat is een blinde vlek waar ik in de toekomst nog meer op wil inzetten: manieren vinden om met alle dansdocenten een echte community te vormen. We kunnen elkaar zo inspireren en helpen. Het wiel moet niet opnieuw uitgevonden worden: je mag aangeleerde tools overnemen. Het is heel confronterend, en best kwetsbaar, om aan een collega te vragen om eens naar een dansles te komen kijken, dus meestal doen we het dan ook niet. Als we dat allemaal meer zouden durven, en zo meer community zouden maken, kunnen we weer een stapje vooruit als collectief. Het kan daarnaast ook zo’n opluchting zijn om frustraties en zorgen te kunnen delen, zelfs als ze niet meteen opgelost raken. Want als dansdocenten zijn we vaak kwetsbaar. We willen het graag zo goed doen, en de momenten dat het niet goed loopt kan dat zwaar doorwegen. Ik streef ernaar om elkaar daar collectief meer in te ondersteunen.

En hoe zit het verder? Heb je toekomstplannen?

Lynn Simonson zegt: trust your own timing. En dat is wat ik mijzelf elke dag zeg, want ik heb een enorm apart traject gehad. Hoe hard ik mijn leven ook probeer te plannen, er komt altijd wel iets tussen. Dus neem ik het dag per dag. Ik geef les in het DKO in Geraardsbergen, ik geef les in de docentenopleiding, en probeer steeds nieuwe dingen bij te leren. Zo start ik vanaf dit jaar ook met de opleiding diergeneeskunde! Een vreemd zijspoor, maar ik geloof dat alle paadjes uiteindelijk zullen samenkomen. Elke levenservaring draagt bij, ook al lijkt dat op het eerste gezicht misschien niet zo. Maar ik blijf sowieso lesgeven, mezelf triggeren, uitdagen en vooral in vraag stellen, omdat ik het belangrijk vind steeds actief in het werkveld te blijven staan. Het is niet altijd gemakkelijk om nieuwe dingen te implementeren in je les, en dat persoonlijk ervaren maakt je meer bescheiden. Het werkveld verandert ook, en als je halsstarrig vasthoudt aan hoe de leerlingen ‘toen’ waren, verouderen ook je adviezen. Een goede dansles is niet vanzelfsprekend: je wil dat je leerlingen iets leren, dat ze in een flow raken, dat de tijd vooruit vliegt, dat ze met meer energie vertrekken dan dat ze aankwamen. En ik blijf mezelf en anderen graag helpen om dat voor elkaar te krijgen!

Wil je weten hoe je je danslessen wetenschappelijk kan onderbouwen? Evelien doet een tournee over heel Vlaanderen met lessen en workshops rond stijlgebonden lesgeven, of het werken rond kracht en flexibiliteit. Bekijk de agenda en schrijf je in voor een workshop dicht bij jou!