De inspiratiebronnen van Silke Hamers
Elke maand vragen we een danser, maker of docent dans wie of wat hen inspireert. Deze keer gingen we in gesprek met Silke Hamers (21) tijdens haar residentie bij Danspunt. Silke is een danser, singer-songwriter en instrumentalist gebaseerd in Brussel. Vorig jaar studeerde ze af bij P.A.R.T.S., waarna ze naast een stage bij Conny Janssen Danst ook in de halve finale van The Voice Van Vlaanderen stond. Momenteel stort ze zich volledig op het maken van voorstellingen met haar collectief Chimaera en het schrijven van haar eigen muziek. Ze vindt inspiratie in verschillende artiesten, haar artistieke opvoeding en haar onderzoek naar intergeconnecteerd leven.
Ka Baird
Een grote muzikale inspiratie van mij is zonder twijfel de Amerikaanse artieste Ka Baird, die experimentele, elektronische muziek maakt, waarin die de grenzen van sound exploreert. Ka gebruikt geavanceerde zang- en geluidstechnieken om muziek te maken. Zo gooit die met hun micro’s, gebruikt die hun stem als een instrument met verschillende texturen en blijft die zichzelf steeds uitdagen om muziek van het heden te maken. Die maakt super gelaagde muziek, wat ik ook wil doen. Natuurlijk wil ik hen niet na-apen, maar tijdens het schrijven van muziek zoek ik een manier om een soortgelijke sound te maken, die iets behapbaarder is, zonder mijn authenticiteit te verliezen. Het is niet mijn doel om standaard popmuziek te maken, maar ik droom wel van een nieuwe groep mensen te kunnen aanspreken wiens muzikale blik ik kan verbreden. Momenteel ben ik nog volop aan het experimenteren daarmee. Symbiotic Matter, de voorstelling die ik momenteel aan het maken ben met Chimaera, wordt ook met dergelijke gelaagde muziek begeleid.
De manier waarop Ka Baird live optreedt is ook een enorme inspiratie voor mij. Wat zij op het podium met haar stem doet, zou ik bij wijze van spreken nooit kunnen bedenken. Haar bezig zien geeft mij het zelfvertrouwen om mijn stem volledig te heruitvinden, en zelf mijn grenzen op te zoeken.
Suzuki-methode
Net als mijn moeder ben ik een violist. Ik heb het als kind geleerd, niet door ervoor naar school te gaan, maar door de Suzuki-methode: een muzikale leerwijze waarbij kinderen al op zeer jonge leeftijd een instrument leren spelen op dezelfde natuurlijke manier als ze hun moedertaal leren. Niet door partituren te lezen, maar door te luisteren, te imiteren en te herhalen. Mijn mama speelde voor, en ik na. Het principe van natuurlijk leren neem ik mee in alles wat ik doe. Ik kijk niet graag naar scores en partituren: ik werk er niet graag mee. Ik leer door te observeren en te imiteren. Men leert ook te dansen door iemand na te doen! Voor mij komt kunst dus meer instinctief. En dat is de manier waarop ik creëer: niet uiterst technisch, maar eerder gevoelsmatig. Door te luisteren kan ik mijn craft beter beheersen dan dat ik naar een partituur zou zitten staren.
Mijn creaties gaan niet de oplossing bieden voor alle problemen in de wereld, maar ze kunnen wel verbeelding opwekken, mensen iets bijleren en hen verder laten denken dan hun eigen leefwereld.
Buitenmenselijke soorten leven
Bij P.A.R.T.S. deed ik mijn bachelorproef rond multispeciesness, of het idee dat verschillende soorten leven buiten de mensheid samen kunnen coëxisteren. Mijn onderzoek betrof hoe verhalen overgebracht kunnen worden zonder taal of menselijke beweging. Dat concept sijpelt door in alles wat ik maak: zoals in Symbiotic Matter, onze CODE DANS+-voorstelling. Ik focus mij dan bijvoorbeeld op insecten, hoe zij bewegen, ontpoppen of herboren worden, en probeer dat te emuleren in mijn dans. Het is altijd interessant als dansers verder gaan kijken dan hoe mensen bewegen.
Het idee van ‘tentaculair denken’ spreekt mij enorm aan: je plaatst jezelf in de positie dat je slechts een mini-element bent in een mega-gigantisch netwerk. Je bent niet langer een mens, maar eerder een piece of matter, net als alles anders. Ik vind ook veel inspiratie daarin uit het ecofeminisme, en utopische ideeën van een toekomst waar er geen mensen an sich meer zijn, maar enkel entiteiten die woordeloos met elkaar communiceren. Hoe kan je die ideeën in een voorstelling gieten? Dat gaat niet dé oplossing bieden voor alle problemen in de wereld, maar het kan wel verbeelding opwekken, mensen iets bijleren en hen verder laten denken dan de eigen leefwereld.
Björk
Misschien wat grappig, maar Björk is echt een idool voor mij. Zij is voor mij het perfecte voorbeeld van lekker unhinged, maar toch onvoorwaardelijk jezelf zijn. Ik leerde haar kennen omdat mijn moeder ooit orkestbegeleiding voor haar heeft gespeeld. Zij inspireert mij ten eerste in de samenwerking met haar partner. Ze hebben allebei een mega-absurd brein dat verder denkt dan menselijk zijn. Zij werken echt tentaculair, en vullen elkaar mooi aan. Mijn collectief Chimaera, wat ik samen met mijn partner Leticia Ferreira doe, voelt zoveel sterker als we samen kunnen denken. Samen zijn we niet bang om echt dingen uit te proberen die totaal kunnen falen. Op muzikaal vlak is Björk ook supersterk. Haar stemgebruik, haar composities, … Ze maakt geen ‘normale’ popmuziek, en toch vinden mensen haar te gek. Ze is niet bang om steeds iets nieuws te proberen. Het is zo fascinerend hoeveel genres zij al verkend heeft, en daarin is ze echt een voorbeeld voor mij.
Momenteel volgt mijn collectief het CODE DANS+ traject met onze voorstelling Symbiotic Matter. We maken gebruik van een installatie gemaakt door Ismail Matar, een Palestijnse artiest. De voorstelling vraagt om interconnectiviteit tussen de mensen door het publiek in een absurde positie te zetten: we brengen hen in een wereld die ze niet gewoon zijn, die volledig op zichzelf functioneert. We vragen het publiek het systeem te helpen, en deel uit te maken van die vervreemde wereld. De performers zijn ook geen mensen, maar onherkenbare species. Laetitia en ik choreograferen, en we hebben 2 muzikanten samengebracht om een nieuwe muziekcompositie te maken met percussie en viool. Het gaat de moeite worden!
tekst: Bavo Sablon