Ga verder naar de inhoud

De in­spi­ra­tie­bron­nen van Julie Hahn

10 september 2025

Elke maand vragen we een danser, maker of docent dans wie of wat hen inspireert. Julie Hahn is een interdisciplinair researcher, artistiek directeur en choreograaf bij Baejjahn Dance Company, gebaseerd in Eupen. Ze heeft een eigen methode en aanpak van dans en beweging : ARTOMOV. Ze studeerde literatuur, dans en filosofie, en neemt deel aan de residentiewerking ‘Maakplaats’ van Danspunt. 

Roeping

Eerst en vooral als bron van inspiratie : het kantelmoment toen ik professionele dans ontdekte. Tijdens mijn werk aan de universiteit heb ik dans leren kennen. Het was een schok voor mij : het gevoel van voldoening en de schoonheid van dans maar ook de vereiste inspanningen om op een authentieke manier te dansen. Ik had dus de keuze tussen een academische carrière opbouwen en dansen. Ik heb dans gekozen. 

Later werd mijn roeping nog sterker want ik ontdekte wat dans (in termen van vrijheid, creativiteit, gevoel van verbondenheid) kan betekenen voor jonge getraumatiseerde mensen, toen ik dansworkshops gaf aan jonge vrouwelijke migranten. 

First encounters 

Toen ik in 2018 op zoek was naar dansers, ontmoette ik Jean-Baptiste Baele via mijn netwerk, en vond in hem veel meer dan dat: een gelijkgezinde. Samen delen we een visie en willen we werk creëren. Ons eerste resultaat is La Copia, een korte voorstelling die aan een Oxfam-evenement, Slow Fashion Fair, werd getoond. Het project was een keerpunt en legt de basis voor ons gezelschap. 

Mijn ontmoeting met Jacques De Decker, auteur en toneelschrijver, die me heeft aangemoedigd om permanent artist-in-residence te worden in het Maison Béjart in Brussel (2019-2021), waar ik onderzoek deed voor mijn dansgezelschap en vooral literaire werken choreografeer. Mijn eerste choreografische bewerking van een literaire tekst was een hoofdstuk uit La Grande Roue, getiteld Ars est vita, vita est ars. Het werk ging in Brussel (2019) in première en daarvoor kregen wij onze eerste subsidie. 

Maison Béjart is voor mij een tweede thuis en een onuitputtelijke bron van inspiratie. Dankzij mensen zoals Jacques de Depierre, Michel Robert en Christophe Jaccard krijg ik toegang tot archieven, repetities en de dansers van het conservatorium. In dat huis voel ik de aanwezigheid van Béjart zelf, een meester die nog altijd nazindert in elke ruimte. Het is een plek om te creëren, maar ook om me te verbinden met een traditie die groter is dan mezelf.

The Other Duckling
The Other Duckling © Peter Haubold

Reflectie, poëzie en verzet 

Toen de pandemie in 2020 het culturele leven lam legde, was er veel tijd voor reflectie;

Wat betekent mijn werk wanneer er geen podium is? Waarom is kunst noodzakelijk? Waarom doe ik wat ik doe?

Ik wil dans brengen waar je het het minst verwacht. Via een open call van ‘Un Futur pour la Culture’ door Fédération Wallonie-Bruxelles start ik een traject met Somalische deelnemers en het Rode Kruis. Het werd een proces van heling en transformatie. Mensen ontdekken nieuwe kanten van zichzelf, delen hun angsten, leren elkaar vertrouwen en vinden onverwachte vrijheid in beweging.
Voor mij is dit werk een manier om weerstand te bieden aan de luidruchtigheid en de vluchtigheid van onze tijd. Het brengt me dichter bij de essentie: de kern van waarom ik dans maak. Kunst heelt, verbindt mensen met zichzelf en met elkaar, en opent een ruimte voor stilte en betekenis.

Vanuit die context begin ik ook na te denken over participatieve methodes. Ik zoek naar een balans tussen begeleide improvisatie, instant compositie en de directe aanwezigheid van de dansers in het moment. Daarbij laat ik me inspireren door somatische praktijken en door achtergronden in hedendaagse, Latijns-Amerikaanse en Oosterse dansstijlen, die ik aan verschillende scholen en instellingen leer kennen. De fusie van die talen vind ik bijzonder interessant. Stilaan bouw ik een choreografisch kader op dat ik in het begin nog niet had, maar dat zich steeds duidelijker vormt vanuit de ontmoeting tussen traditie en experiment.

My Way
My Way © Sarah Brunori

Danstheater 

Tijdens een residentie in Tanzstadt, in Wuppertal – de stad van Pina Bausch – ontdekte ik danstheater. Ik werkte er aan een kortfilm met studenten (audiovisuele vorming), een ervaring die me een ander perspectief biedt op wat dans kan zijn. Voor mij is het belangrijk om een verhaal via het lichaam te vertellen en emoties op te roepen. Daarom probeer ik een choreografische taal te ontwikkelen op basis van hedendaagse en traditionele dans, samen met physical theater

Via mijn collega-danser, met wie ik aan dit project werkte, kom ik terecht bij Danspunt, waar ik formats ontdek die ontmoeting en uitwisseling stimuleren. Samenwerkingen met choreografen en coaches helpen me mijn taal als maker te verdiepen. Later vind ik dus ook mijn weg naar Maakplaats, een omgeving die me voedt en stimuleert. Het is een plek die volledig aansluit bij mijn manier van werken en denken.

 

In september presenteren we My Way, een project dat onderzoekt hoe een culturele instelling en een humanitaire organisatie kunnen samenwerken. Tegelijk verschijnt een boek met dezelfde titel, samengesteld door Julien-Paul Remy. Het is een geïllustreerd boek met foto’s en getuigenissen van deelnemers, waarin we tonen wat we doen en waarom we het doen. Het boek wil anderen inspireren en vooral aanmoedigen om gelijkaardige trajecten te starten.
Daarnaast werken we aan The Other Duckling, een participatieve performance die dit najaar in het cultureel centrum van Eupen te zien zal zijn. Deze voorstelling markeert het vijfjarig bestaan van ons gezelschap en voelt als een mooi moment om stil te staan bij alles wat er gebeurt – en vooruit te kijken naar wat nog komt.

 

Tekst: Judith Van Oeckel