Ga verder naar de inhoud

De in­spi­ra­tie­bron­nen van Sarah De Geyter

Inspiratie
Maker
26 maart 2026

Elke maand vragen we een danser, maker of docent dans wie of wat hen inspireert. Deze keer gingen we in gesprek met Sarah De Geyter (31), een maker uit Lokeren met een sterke band met haar familie en omgeving. Ze woont en werkt in het huis van haar grootouders, waar ze haar eigen praktijk uitbouwde tot een kunst- en ontmoetingsplek: Nanda, een plek waar ze allerlei activiteiten en workshops organiseert. Binnen haar werk als freelance kostuumontwerper focust ze op ecologie, gerecycleerde materialen en sociaal geëngageerde, participatieve kunst. Haar parcours - van thuisonderwijs tot studies, kunstwetenschappen en mode - toont een duidelijke drang naar maken, voelen en verbinden.

© Patrick Haegens

Maatschappij en sociale structuren

De maatschappij vormt een belangrijke voedingsbodem in mijn werk. Ik onderzoek hoe sociale verwachtingen en opgelegde normen ons gedrag sturen en probeer die codes te doorbreken. Thema’s als gender en identiteit keren regelmatig terug, net als de vraag in hoeverre we ons laten ‘bespelen’ door regels en verwachtingen.

In projecten zoals Can I play with your mind bevraag ik die spanningsvelden. Ook fenomenen zoals overprikkeling - via kleur, geur, beeld en geluid - vertaal ik in mijn werk. Mijn aandacht gaat daarbij vaak naar mensen aan de rand van de maatschappij, omdat ik voel dat zij vaak puurder en eerlijker creëren.

© Benjamin De Mulder

Mentale beleving en kwetsbaarheid

De innerlijke belevingswereld waarin verschillende gevoelens en mentale processen - van kwetsbaarheid tot kracht - een plaats krijgen, vormen een rode draad in mijn werk. Ik werk momenteel rond thema’s zoals angststoornissen en OCD, waarbij ik de spanning tussen innerlijke beleving en uiterlijke expressie onderzoek. Het vertalen van dwanghandelingen en mentale processen naar performance zie ik als een boeiend artistiek onderzoek.

Tegelijk wil ik mijn werk openbreken door ook ervaringen van anderen te verzamelen via interviews. No fear no shame no guilt weerspiegelt deze persoonlijke en gedeelde zoektocht.

“Ik wil niet in de mode gaan, ik vind catwalks rigide. Ik ben gefascineerd door hoe textiel en beweging elkaar beïnvloeden en versterken, en zie kleding als een verlengstuk van identiteit en lichamelijke ervaring.”
© Benjamin De Mulder

Outsiderkunst en rauwe verbeelding

Outsiderkunst speelt een grote rol in mijn artistieke visie. In Museum Dr. Guislain ontdekte ik werken uit de 19e eeuw tot vandaag die verrassend hedendaags en zelfs futuristisch aanvoelen. Ik voel me aangetrokken tot de directe, ongefilterde beeldtaal van makers die buiten het klassieke kunstcircuit werken, vaak los van regels en academische kaders. Die drang om een innerlijke wereld zichtbaar te maken, herken ik bij kunstenaars in zorgcontexten of bij figuren zoals Yayoi Kusama. Wat mij raakt, is hoe deze makers met beperkte middelen toch een sterke, vaak tactiele en lichamelijke beeldtaal ontwikkelen. Die authenticiteit en vrijheid; het loskomen van wat ‘goed’ of ‘juist’ is, vind ik essentieel.

© Lorenzo Frison

Lichaam en beweging

Het lichaam en beweging vormen ook een belangrijke pijler in mijn werk. “Ik wil niet in de mode gaan, ik vind catwalks rigide. Ik ben gefascineerd door hoe textiel en beweging elkaar beïnvloeden en versterken, en zie kleding als een verlengstuk van identiteit en lichamelijke ervaring.”

Ik laat me inspireren door dans- en performancekunst, en door makers zoals Marina Abramović, die het lichaam inzet om ongemak zichtbaar te maken en de relatie tussen kijken en bekeken worden op scherp stelt. Ook invloeden uit meer viscerale kunstpraktijken, zoals de Fluxus-beweging, spreken me aan in hun vermogen om fysieke reacties, van afkeer tot fascinatie, op te roepen bij een publiek.

Tegelijk onderzoek ik hoe textiel het lichaam beïnvloedt: het kan beweging sturen, geluid dempen, een gevoel van rust creëren of net een fysieke prikkel veroorzaken. Die wisselwerking tussen lichaam en materiaal zie ik als een krachtig expressiemiddel. Mijn blik wordt verder gevoed door observaties van onconventionele, bijna dierlijke bewegingsvormen, waarbij het lichaam loskomt van aangeleerde patronen. Ik heb een herinnering aan Het Zwanenmeer van Opera Ballet Vlaanderen, waar danser Alain Honoré een diepe indruk op mij naliet met zijn animalistische en androgyn bewegingsidioom.

Via Danspunt kwam ik in contact met dansers en kreeg ik de kans om mijn eerste dansproject verder te ontwikkelen. In de studio onderzoek ik samen met performers hoe thema’s zoals OCD zich kunnen vertalen naar beweging, geluid en interactie. De ondersteuning en begeleiding van Danspunt — van feedback op mijn dossier tot het aanbieden van ruimte en expertise — geven mij de mogelijkheid om een eigen beeldtaal te ontwikkelen. Voor mij ligt de focus daarbij niet enkel op dans, maar op een bredere wisselwerking tussen beweging, geluid en installatie.

Tekst: Judith Van Oeckel