Ga verder naar de inhoud

Dans en inclusie: voorbij het vooroordeel

Inclusie
25 februari 2026

Tijdens de laatste Babbels & Knabbels van Danspunt ging collega Leen Devyver in gesprek met Inge Lattré, coördinator bij de  inclusieve danscompagnie Platform K, en Hanne Poullet, ergotherapeut en dansleerkracht bij o.a. Dansanders. Met een flinke dosis ambitie, lef en geloof in hun dansers werken ze elke dag aan hun missie: dans is van en voor iedereen! 

Zowel bij Platform K als bij Dansanders vormt de inclusieve werking het fundament van de organisatie. Vanwaar jullie keuze om te werken met dans en inclusie? 

Hanne: Ik ben er ingerold via mijn mama die in een school en voorziening werkte met mensen met een beperking. Daar zag ik hoe je dans kan gebruiken om bepaalde doelstellingen te bereiken. Ik voelde dat ik daar ook iets mee wilde doen.

Zo kwam ik, naast mijn werk als ergotherapeute, terecht bij het Danscollege en G-roove-it. Daarna maakte ik in het kader van Code Dans (een talentontwikkelingsproject van Danspunt n.v.d.r.) de voorstelling ‘Draagbaar’ met een inclusieve groep dansers en zo is de bal aan het rollen gegaan. 

In mijn ogen is dans echt voor iedereen. Het is een manier waarop je gewoon kan zijn wie je bent en dat gevoel wil ik kunnen doorgeven. Dans verbindt mensen met elkaar en lokt hen op een bepaalde manier uit hun hoofd. Uit mijn praktijk weet ik dat als je met iemand recreatief aan het werk gaat, binnen een setting waar plezier voorop staat, je die persoon veel verder kan brengen dan bijvoorbeeld in een schools systeem. 

Inge: Voordat ik bij Platform K aan de slag ging werkte ik bij Theater Antigone in Kortrijk. Ik combineerde deze job met de opleiding theaterwetenschappen. Voor het vak ‘theaterkritiek’ moesten we recensies schrijven en ik ging o.a. naar een voorstelling van Platform K. Het was de eerste dansvoorstelling die ze maakten en toen er na afloop een staande ovatie kwam, kon ik mijn boosheid niet onderdrukken. Ik was boos over het feit dat mensen met een handicap op scène niet in hun sterkte werden gezet. En nog bozer omdat ik van een organisatie als Platform K meer verwachtte. Je kan zeggen dat dat een persoonlijk mening is, maar ik vond het het vreselijk dat de dansers niet tot hun recht kwamen. Ze hadden niet echt geleerd om daar op een podium moesten staan.

Toen ik buiten aan het fulmineren was tegen mijn docent raadde hij me aan om al die boosheid in een soort constructieve tekst neer te schrijven. Zonder dat ik het wist stuurde hij die recensie door naar Platform K, waarna ik uitgenodigd werd om deel te nemen aan een denktank. Later werd de vacature van artistiek coördinator opengesteld. Tijdens mijn sollicitatie stelde ik dat dat iedereen het recht heeft op scholing om zichzelf te verbeteren. Op een podium staan vergt bepaalde skills die je moet leren. Maar vooral, mensen met een handicap moeten ook de kans krijgen om daarin te leren, ook professioneel. Vandaar mijn voorstel om een vanuit Platform k een eigen opleiding te starten, gezien professionele dansscholen nog vaak ontoegankelijk zijn voor andere lichamen en hoofden.

In sé had ik dus niet het idee om de kunstwereld inclusief te maken, maar eerder het gevoel van ‘dit niet meer zo te doen’. Iedereen heeft het recht te worden gewaardeerd voor iets wat die goed kan en waarvoor die elke dag hard moet werken.

In mijn ogen is dans echt voor iedereen. Het is een manier waarop je gewoon kan zijn wie je bent en dat gevoel wil ik kunnen doorgeven.
Hanne Poullet

Ik hoorde jullie zeggen dat twee zaken belangrijk zijn als je vooruit wil geraken: leren (over)bluffen en flexibiliteit. Kunnen jullie hier wat dieper op ingaan?

Inge: We zoeken altijd naar een evenwicht tussen voldoende ruimte geven aan de danser, rekening houden met de noden en genoeg uitdaging daartegenover zetten zodat zij ook kunnen groeien. Daarvoor moet je soms bluffen, inderdaad. Om een voorbeeld te geven: bij een van de eerste creaties die we gemaakt hebben hadden we een schema uitgewerkt waarbij we gedurende twee maanden lang 5 dagen per week gingen repeteren. Een reflex vanuit een normatief kader, dus werd dit het repetitieproces dat wij zouden toepassen. Ouders en omstaanders zeiden dat we gek waren, dat dit nooit zou lukken. Ik dacht, ‘ok, misschien gaat het niet lukken, maar ik denk wel dat we het moeten proberen’. En dus zijn we gestart met dit schema, en stuurden we bij op momenten dat er rust nodig was. Maar uiteindelijk is dat dus wel gelukt, op twee maanden tijd hebben we een voorstelling neergezet. Hadden we toen de ouders gevolgd was dat proces helemaal anders verlopen. Het bluffen helpt soms om uit te komen in het compromis. Let wel, wij houden altijd rekening met wat de dansers nodig hebben om tot de eindmeet te komen. Het is nu eenmaal een proces van Trial and Error.

Ook tegenover partners en professionelen in de kunsten hebben we moeten bewijzen dat we een professioneel gezelschap zijn. In het begin waren we dat mischien nog niet en voor hetzelfde geld bleef het daarbij. Maar kijk, het was telkens een rollercoaster, maar elke keer stonden we er wel. En dat is voor Platform K natuurlijk heel belangrijk geweest, want het geloof in onszelf én het dan ook waarmaken was voor ons een belangrijke hefboom.

Je moet de hele tijd vooroordelen onderuit halen. Om te beginnen bij onszelf. Maar zelfs ten aanzien van de dansers zelf én hun entourage. Het gaat dan over vertrouwen dat het allemaal wel goed komt. Ik raad niet iedereen aan om te gaan bluffen, maar ik denk wel dat het voor onze organisatie nodig geweest is om stappen te zetten. 

Hanne: Bluffen inderdaad, en flexibiliteit ook. Je probeert iets uit en stuurt daarna bij. Soms bots je ook wel op iets dat minder toegankelijk is, of iets dat niet lukt. Een tijdje geleden had ik een moeilijk gesprek met ouders over het gedrag van een kindje in de dansles. We hebben gezocht naar oplossingen, maar soms zijn er die niet. En dan moet je beslissen om het eventjes te laten rusten … Ik heb ze dan ook uitgenodigd om een half jaar later opnieuw te komen proberen. 

Wat zijn de extra uitdagingen die het werken met dansers met een beperking meebrengen? 

Inge: Een creatief proces blijft altijd een zoektocht. Maar voorop staat het welzijn van iedereen die meedraait.We zoeken altijd heel hard naar wie wat nodig heeft om mee te kunnen doen of de eindmeet te halen. De uitdaging zit soms bij de danser in kwestie, maar het kan evengoed bij ons zitten. We krijgen het niet geregeld, we kunnen niet de juiste ondersteuning bieden met de mensen die er zijn. Of we kunnen we niet voldoen aan de randvoorwaarden omdat we er geen controle over hebben.

Vrijwilligers zijn ook cruciaal, die helpen bij de praktische maar ook de emotionele ondersteuning. Wij gaan op zoek naar vrijwilligers die affiniteit hebben met dans, die emotioneel beschikbaar zijn en de skills hebben om te luisteren. Zonder deze vrijwilligers onze werking niet draaien. Ze maken als het ware deel uit van ons multidisciplinair team. 

Hanne: Een uitdaging blijft ook de communicatie. Zowel voor de voorstelling van ‘Draagbaar’ als voor de lessen steek ik hier veel tijd in. Telkens opnieuw communiceren wat het adres is, ook al repeteren we altijd op dezelfde plaats. Na de les stuur ik ook altijd een berichtje om te vragen hoe het geweest is, stuur ik foto’s en video’s door van wat we gedaan hebben. Dit doe ik nog extra voor mensen die nieuw zijn of interesse tonen om deel te nemen. 

Inge: Werving is voor Platform K ook niet zo gemakkelijk, er kruipt veel tijd in. Enerzijds is het niet evident om de informatie bij de juiste personen te krijgen, anderzijds denken ze vaak dat het niets voor hen is, op basis van eerdere ervaringen. Ik denk bijvoorbeeld aan dansers die niet voorbij een bepaald niveau in een dansschool geraken en blijven zitten in de kindergroep. Dan stopt hun dansavontuur nog voor het goed kon beginnen. Vaak denken ze er dus niet aan dat ook zij een professionele danser kunnen worden. Dit heeft opnieuw met vooroordeel te maken. En daarnaast is vertouwen een belangrijke rol in de succesverhalen met dansers van Platform K. Vertrouwen in het team van Platform K, in hun eigen mogelijkheden en ook het vertrouwen door de entourage van de dansers in de organisatie is belangrijk. Het voordeel is wel dat we intussen bekender zijn, mensen kennen onze organisatie en weten wat we doen. 

We zetten in op verandering van het systeem zodat meer mensen met een beperking de weg vinden naar dans en voelen dat ze welkom zijn.
Inge Lattré

Jullie spraken eerder al over de vooroordelen waarmee jullie en de dansers te maken krijgen, en jullie zijn gepassioneerd om die onderuit te halen. Hoe pakken jullie dat aan?

Hanne: Vooroordelen zijn zo ingebakken bij mensen. Ik wil die inderdaad heel graag omdraaien. Bij de creatie voor de voorstelling ‘Draagbaar’ werd duidelijk dat er verschillende manier zijn van dragen. De mensen zien altijd het fysieke in dat dragen. Bijvoorbeeld deze persoon heeft hulp nodig bij het aandoen van zijn jas, waardoor het lijkt alsof die persoon ook hulp nodig heeft bij al de rest. Maar dat is helemaal niet zo, iedereen heeft zijn eigen draagkracht, net zoals dat bij mensen zonder handicap is. De ene weet waar de cues zijn in de muziek, de ander kent alle bewegingen van buiten, en nog een ander is de emotionele buffer van iedereen. En dat is niet anders in reguliere productieprocessen waar iedereen zijn rol heeft naargelang wat je sterktes en talenten zijn. 

Inge: Als ik zeg dat ik voor een danscompagnie werk en mensen horen dat we werken met dansers met een handicap, moet ik toch altijd gaan verdedigen dat wij wel bij Viernulvier en Rosas werken. Alsof onze werking minder kwalitatief of professioneel zou zijn omdat we met dansers werken die niet in de norm passen.

Akkoord, mensen met een beperking hebben soms meer tijd en energie nodig om dat traject af te leggen. Dan zijn wij er als organisatie om hen daarin te begeleiden en iedereen te motiveren door te zetten. Uiteindelijk geraken we dan toch aan dat eindpunt. En eerlijk gezegd, iedereen in het creatieproces, zowel dansers met als die zonder handicap, muzikanten en... hebben baat bij onze aanpak. Wie heeft er geen baat bij extra zorg in een creatieproces.

Vooroordelen kunnen ook zitten bij de ouders, of bij het medisch personeel. Dat is logisch, iedereen kijkt met zijn eigen bril naar de persoon in kwestie. Maar we mogen niet vergeten dat mensen lerend zijn, dus telkens zichzelf kunnen overtreffen. Dat gaat soms van zelfstandig reizen, tot meerdere dagen in de week kunnen repeteren tot zelfs op tour gaan zonder ouders en zo. 

Daarom is vertrouwen opbouwen met de dansers zelf en met  het zorgsysteem rond de dansers heel belangrijk in het schrijven van een succesverhaal. Dit zorgt ervoor dat we samen met hen telkens een stapje verder kunnen zetten. We zetten in op verandering van het systeem zodat meer mensen met een beperking de weg vinden naar dans en voelen dat ze welkom zijn. Nu 13 jaar later hebben we een hoop ervaring opgebouwd maar merken we dat er nog veel werk aan de winkel is. We blijven verder puzzelen, en ons overbluffen (lacht).

Daar kunnen we als maatschappij inderdaad nog iets van leren, dankjewel voor dit inspirerende gesprek!

 

Tekst: Leen Devyver en Elien Lefevere

Honger naar meer?

In de podcast Gedeelde Grond gaat Kunstenpunt in gesprek met Inge Lattré. 

Of kom naar Open Up To Dance op zondag 1 maart en ga in gesprek met Carlien Foucaert (15u15 - 16u45). Carlien danst bij Platform K en is een sterke pleitbezorger voor meer inclusie binnen de danssector. Samen met enkele andere Platform K-dansers gaat ze/gaan we op zoek naar wat inclusie kan betekenen binnen jouw eigen danspraktijk. Wat is de meerwaarde van inclusief werken? En hoe kunnen obstakels omgevormd worden tot opportuniteiten.