De dansende theatermaker
Andreas Crommelinck (20) is een theatermaker en danser uit Kampenhout. Al sinds zijn tienerjaren is hij bezig met alles performance, en heeft voor zijn jonge leeftijd al een indrukwekkend parcours afgelegd: zo was zijn werk reeds te zien op Theater Aan Zee en Dansstorm Brugge. Momenteel is hij student Drama aan het K.A.S.K., waar hij ook deel uitmaakt van de organisatie van het Toneelscholenfestival. We zaten met hem samen om te praten over zijn projecten, artistieke visie, thematiek, en zijn missie om theater en dans te integreren in elkaar.
Waar is je interesse voor theater en dans begonnen? En hoe heb je dan je eerste stappen als maker gezet?
Ik heb performen altijd leuk gevonden. Zo lang ik het mij kan herinneren, zetten mijn broer en ik shows en musicals op, waar onze ouders verplicht naar moesten kijken. Op een zomerkamp leerde ik een jongen kennen die zei dat hij ernaar uitkeek om weer naar school te gaan, wat ik vreemd vond. Het bleek dat hij op een kunsthumaniora zat, wat een zaadje plantte bij mij: ik moest en zou hetzelfde doen. Daarna ben ik Woordkunst Drama gaan volgen aan de Kunsthumaniora in Brussel, waar een hele nieuwe wereld voor mij open ging. Ik leerde kunst écht kennen in al haar vormen, en vooral hoe die met elkaar in interactie gaan. Het voelde alsof ik eerst enkel blauw kon zien - en daarna plotseling alle kleuren.
Een aantal jaar later leerde ik Danspunt kennen via Out Of The Toolbox. Ik danste ook mee in een productie van Jinte De Greef die ondersteund werd door CODE DANS+, waardoor ik me realiseerde dat Danspunt een plek is waar jonge makers hun werk kunnen ontwikkelen. Rond dezelfde periode danste ik mee in ULTRA, een productie van fABULEUS. Hoewel we tijdens het proces de ruimte kregen om zelf veel te creëren, bleef de eindbeslissing altijd bij de choreograaf. Ik merkte op dat ik soms liever mijn eigen ding wou doen, dus ben ik zelf een solo beginnen maken. Na een korte residentie bij Zinnema zag ik een oproep voor Dansvitrine - ik schreef me in en werd geselecteerd. Uiteindelijk was het een zalige ervaring, en is het een waardevolle podiumkans geweest voor mij.
Wat zijn thema’s waar je graag rond werkt?
Ik ben nog heel erg aan het zoeken! Wat ik weet is dat ik graag interdisciplinair werk, en graag zowel maker als performer ben. Als anderen mijn werk beschrijven, benoemen ze dat er een bepaalde explosiviteit in zit. Iemand zei me ooit dat alles wat ik maak voelt alsof het plafond elk moment kan instorten.
Ik probeer altijd te zoeken naar een bepaalde noodzaak: iets wat ik binnen mezelf voel en groter kan trekken. Een thema dat regelmatig in mijn werk naar boven komt is late stage capitalism. Mijn solo vErSnIpPeRd, wat ik op Dansvitrine heb getoond, ging over de zee van informatie die we elke dag binnenkrijgen, waardoor niets écht kan blijven plakken. We verdrinken in prikkels: een foto van een kat wordt afgewisseld door een filmpje van een genocide, een vakantiefoto van vrienden komt na een selfie van een authoritaire leider. Het politieke doorkruist het persoonlijke, wat heel intens is. We zien de smartphone als een medium dat ons vrijheid geeft: heel de wereld ligt aan de tippen van onze vingers. Maar net omdat alle informatie zo bereikbaar is, wordt het steeds moeilijker om zelf betekenis te kunnen geven. Als alles constant te checken valt, wat is dan nog de waarde van eigen invulling? Samen met Ben Herlaar maakte ik in het kader van het Voltfestival de performance DRUKHYPERNERVEUZEMASSAHYSTERIE over dat gevoel constant bezig te moeten zijn. We kunnen geen rust meer vinden, en als je wel rust, moet je volledig opladen, want daarna moet je weer kunnen presteren. Zo komen we in een burn-out samenleving terecht. We hebben samen ook het concept ‘opgeven’ onderzocht, omdat er desondanks de negatieve connotatie ook iets heel moedigs zit in het durven veranderen van pad.
Een ander thema waar ik veel rond werk is mannelijkheid. Er gaat veel aandacht naar de positie van de vrouw in de samenleving en de noodzaak van hen te empoweren, wat zeker belangrijk is! Maar daardoor ontstaat er een soort vacuüm rond mannelijkheid: we vinden het steeds moeilijker om het begrip zelf invulling te geven. En dat maakte ik ook mee. Mannelijkheid is in crisis: er zijn performative males, alpha males, het hele Andrew Tate gebeuren … Ik voel dat ook in relatie tot mijn eigen gender: voel ik mij geen man omdat ik mij niet identificeer met de traditionele definitie? Of moeten we het begrip ‘man’ meer rekbaar maken? Dat soort vragen probeer ik te onderzoeken in mijn werk.
Als anderen mijn werk beschrijven, benoemen ze dat er een bepaalde explosiviteit in zit. Iemand zei me ooit dat alles wat ik maak voelt alsof het plafond elk moment kan instorten.
Als theatermaker ben je veel met dans bezig. Hoe probeer je die twee kunstvormen samen te brengen?
Theater en spelen blijven voor mij steeds plezier zoeken en nieuwsgierig blijven. Tijdens de lessen van Jan Steen op het K.A.S.K heeft hij ons geleerd om ook ‘serieuzere’ stukken vol plezier aan te pakken. De laatste tijd probeer ik die speelsheid, die ik had als kind toen mijn broer en ik musicals opzetten, opnieuw op te zoeken: de ease van het simpelweg leuk hebben wil ik vinden. Momenteel lukt dat heel hard in fysiek werk, maar ik zoek het nog in tekstueel werk. Tussen theatermakers voel ik mij een danser, maar bij dansers eerder een theatermaker. Ik wil de twee echt integreren in elkaar. Hoe kan je in abstracte beweging toch een concrete taal vinden? Als je met beweging enkel je eigen gevoelens communiceert praat je eigenlijk tegen jezelf - wat ik niet met mijn werk wil doen. Ik wil in dans net het theatrale opzoeken: hoe kan je een narratief vertellen in beweging? Het omgekeerde interesseert mij ook: hoe kan je in tekst de abstractie van dans meenemen? Hoe kunnen we het idee van een “juist theaterstuk” doorbreken? Voor mij draait een performance namelijk niet puur om de kunstvorm, maar wel om wat je ermee kan vertellen. Ik merk een algemene tendens om dans en beweging hoofdzakelijk te zoeken in abstractie, maar ik mis de integratie van taal daarin. Het is niet omdat je een tekst opvoert dat je niet aan het bewegen bent, of omdat je aan het dansen bent dat je geen verhaal kan vertellen.
Waar ben je momenteel mee bezig? En heb je een blik op de toekomst?
Deze zomer speel ik met Ben Herlaar op Jong Gezien op Theater Aan Zee, een nieuw initiatief voor jonge makers. Ik werk ook mee aan het Toneelscholenfestival, een samenwerking tussen leerlingen van alle theaterscholen in Vlaanderen om masterstudenten de kans te geven hun afstudeervoorstellingen opnieuw te spelen. Als pas afgestudeerde theatermaker is het moeilijk je werk te kunnen tonen, dus proberen we met het festival een eigen plek te creëren waar dat wel kan. Het is zes jaar geleden ontstaan in Leuven, en heeft edities gekend in Antwerpen, Brussel en Gent, waar het deze zomer opnieuw doorgaat! Ik heb de locaties geregeld, wat een heel fijne ervaring was. Er zijn over dertig voorstellingen op vijf dagen gespreid in heel wat Gentse cultuurhuizen, zoals Viernulvier, Campo, Theaterbox, De Kazematten, La Geste, de Kopergieterij en natuurlijk Danspunt! Het gaat echt de moeite worden!
Verder vind ik de toekomst moeilijk om over na te denken. Eerst wil ik mijn Bachelor afmaken, en daarna een Master doen. Ik kan veel stress krijgen door na te denken over welk traject ik zou willen of moeten volgen. Maar ik ben er ook van overtuigd dat het goed is om de toekomst net open te laten. Het enige wat ik weet is dat ik wil afwijken van het standaardpad dat voor de mens wordt uitgestippeld, maar dat doe ik al. Samengevat wil ik vooral blijven doen wat ik al doe: blijven leren, eigen werk maken, samenwerken met inspirerende mensen … Enkel misschien op een nog dieper niveau! De laatste tijd begin ik meer vertrouwen te krijgen in het idee dat ik mijn weg wel ga vinden, want tot nu toe is me dat altijd gelukt.
Tekst: Bavo Sablon
We verzamelen verhalen om ze een podium te geven: op onze website, via social media, in toekomstige open calls ... Zo kunnen we inspireren, kennis delen en elkaar versterken.
Ben jij bezig aan een onderzoek rond bv. dans en welzijn, dans en inclusie, dans en ecologie … of broed je op een nieuw dansconcept, vertel ons jouw verhaal!