Hoofdmenu

Over de unieke link tussen dans en onszelf ...

Over de unieke link tussen dans en onszelf ...

door Joke Verlinden (artikel Dans.Magazine - December 2013 Jg.12/ N4)

Danseducatie is een ruim begrip en kan veel omvatten. Doorgaans kunnen we de uiteindelijke doelstellingen van onze dansactiviteiten op 3 domeinen situeren: persoonlijke ontwikkeling, kunstgevoeligheid en maatschappelijk bewustzijn (De Braekeleer, 2001). Danslessen, workshops en projecten focussen vaak in de eerste plaats op de ontwikkeling van danstechnische en compositionele vaardigheden. Toch kan het ook zijn dat je als docent/begeleider via dans vooral wil werken aan persoonlijke ontwikkeling, wat dan ook een invloed zal hebben op de dansactiviteiten die je inplant en jouw rol als docent/begeleider.

Internationaal onderzoek toonde meermaals aan dat amateurdans een positief effect kan hebben op persoonlijk welzijn. De ervaringen van dansdocenten en dansbegeleiders wijzen eveneens in die richting. Misschien niet zo verrassend, want als we dansen is het medium ‘onszelf’; dans kan ons rechtstreeks raken als mens. Resultaten van het East Brighton Dance Development Programme (Wheeler, 2005) en NRG Youth Dance & Health (Redding, Quinn, 2007) toonden zelfs specifiek aan dat dansprojecten het zelfwaardegevoel van deelnemers kunnen versterken. Minder is bekend over de manier waarop dit precies gebeurt en de complexe processen die meespelen.

 

Het antwoord is deels te zoeken in het gegeven dat ons lichaam het medium is van de dans en dat dit lichaam samen met het ‘belichaamde’ zelf kan transformeren (Parviainen, 1998). Lichaamstechnieken zijn een actief middel om esthetische verandering te bekomen, maar kunnen ook transformaties van het innerlijke zelf faciliteren. Zo kan het veranderen van bestaande bewegingspatronen een effect hebben op iemands welzijn, emotioneel en ook spiritueel leven (Steinman, 1995). Gebaseerd op literatuur, interviews en praktijkervaring kunnen we enkele aandachtspunten afleiden die docenten kunnen meenemen als ze het zelfvertrouwen en zelfwaardegevoel van hun (amateur)dansers willen versterken. Zij kunnen onderverdeeld worden in ‘Rol van de dansdocent’ en ‘Dansactiviteiten’.
 

Rol van de dansdocent

Realistische doelstellingen

Mensen met een laag zelfwaardegevoel als gevolg van zeer hoge normen en eisen die ze aan zichzelf stellen, kunnen een groter zelfwaardegevoel ontwikkelen als ze aangemoedigd worden om meer realistische standaarden te hanteren (Bandura, 1997) en om het op te nemen tegen zelfkritiek (Taylor & Taylor, 1995). Zoals sportpsychologisch onderzoek suggereert, kunnen we best kleine stappen zetten in de richting van de uiteindelijke doelen en elke succesvolle stap belonen. De moeilijkheidsgraad kan best gradueel opgebouwd worden met de nodige danselementen om de dansers naar een volgend niveau te brengen. Hierbij is het belangrijk om:
* deelnemers optimale uitdagingen te bezorgen, d.w.z. haalbare uitdagingen die  niet te moeilijk en niet te makkelijk zijn (Weiss, 1995);
* te differentiëren waar nodig;
* jouw (realistische!) verwachtingen duidelijk te communiceren.
 

Potentieel ontwikkelen

Bandura (1997, p. 13) stelde dat personen die een sterker zelfwaardegevoel [Engels: ‘self-esteem’] opbouwen via hun competenties, de ontwikkeling van hun talenten belangrijk is voor prestaties die voldoening geven.  Als docent lijkt het aangewezen om uit te zoeken wat de leervragen zijn van de deelnemers en welke van hun talenten zij graag willen ontwikkelen. Dit impliceert een open dialoog over ieders leerproces met aandacht voor de mogelijkheden/talenten en hoe daarop kan verdergebouwd worden. De lesinhoud zal mee bepaald worden door de resultaten van deze dialoog en doorgaans een brede waaier aan dansactiviteiten omvatten.
 

Waarderen van alle dansers

Een laag zelfwaardegevoel dat voortvloeit uit bepaalde - negatieve - sociale evaluaties vereist een menselijk handelen dat iemand’s zelf-waarde bevestigt (Bandura, 1997). Het creëren van een respectvolle en accepterende sfeer en het voorbeeld geven van een respectvolle, niet-discriminerende houding kunnen hiertoe bijdragen. Concreet kan dit o.a. door iedere danser op gepaste momenten aan te moedigen, door hen te prijzen waar mogelijk  (iedere danser heeft op zijn niveau wel eens een ‘wow’ moment!) en door dansers te laten voelen dat ze het kunnen. Destructieve kritiek kan het zelfvertrouwen en zelfwaardegevoel beschadigen.
 

Democratisch leiderschap

Als dansers worden ingeschakeld als evenwaardige medewerkers, dan kunnen zij ervaringen opdoen waardoor zij hun probleemoplossende competenties kunnen ontwikkelen en later ook gebruiken in andere levensdomeinen. Dansdocenten/facilitators kunnen het zelfwaardegevoel helpen ontwikkelen door ruimte te geven aan inbreng van de dansers, bijvoorbeeld door ieder te betrekken in het nemen van bepaalde beslissingen over een onderdeel van een choreografie.
 

Empathie

Als we onszelf (met enige correctheid) verplaatsen in het innerlijk leven van een ander dan zijn we empathisch; deze empathie helpt om psychologische en emotionele groei te ontwikkelen (Press, 2002). Anderen voelen zich erkend en gewaardeerd als ze empathisch benaderd worden, dus kunnen we aannemen dat  dansdocenten best open en empathisch zijn als ze het zelfwaardegevoel van hun (amateur)dansers willen versterken.
 

Observatievaardigheden

De hierboven genoemde vaardigheden en attitudes vereisen het vermogen om individuele en groepsprocessen in te schatten en te beoordelen. Openheid, objectieve perceptie en focus helpen ons bij de opvolging van deze processen en het uitvoeren van gepaste interventies.

 

Dansactiviteiten

Creatieve dans

In elk creatief proces is het hele zelf betrokken, en dit is nog sterker wanneer de dansende creator de creatie is. Creatieve dans en beweging laat dansers toe om hun eigen stem te zoeken via belichaming, om volledig te zijn en zichzelf te tonen. Als dit proces goed begeleid wordt, kan creatieve dans het zelfwaardegevoel versterken. Vooral in de beginfase van het creatieve dansproces, vaak een risicovole en kwetsbare fase, kunnen docenten de dansers best steunen en aanmoedigen. Het is cruciaal dat de bekomen resultaten onthaald worden in een veilig en aanmoedigend klimaat. Eventueel kunnen, conform Lindenfield (2000), ‘Mijn sterktes’, ‘Wat ik leuk vind aan mezelf’ en ‘Waar ik trots op ben’ geschikte dansstimuli vormen.
 

Dans ‘performance’

Als dansers de kans krijgen om op een podium te dansen, wordt de tijd en energie die zij in het werk gestopt hebben gewaardeerd en erkend. Op een podium wordt elke danser bekeken en wordt impliciet de boodschap gegeven dat hij/zij belangrijk is en ‘goed genoeg’ voor een publiek. Dit kan het zelfwaardegevoel voeden, vooral bij jongeren (Garrett, 1994). Dansers moeten zich wel klaar voelen om op een podium te staan.
 

Kijken naar dans - Dans’appreciatie’

Als (amateur)dansers elkaars werk beoordelen, gebeurt dit best in een respectvolle en constructieve sfeer. Een hulpmiddel om zo’n sfeer te creëren is het aanmoedigen van dansers om bij feedbackmomenten sterke punten aan te halen en objectieve esthetische reacties te geven i.p.v. subjectieve beoordelingen. De ’ORDER’ benadering van Lavender (1996) beschrijft stap voor stap hoe je dit kan aanpakken.
Press (2000) geeft aan dat ook het bekijken van professionele danscreaties een bijdrage kan leveren, omdat zij betekenisvolle elementen bevatten waarmee mensen zich kunnen identificeren. De docent selecteert dan die creaties die goed aansluiten bij de dansers.
 

Dansstijl

Elke dansdiscipline kan iets bijdragen, maar bepaalde stijlen kunnen meer bieden.
Zo is hedendaagse dansbeweging gebaseerd op intern bewustzijn (waarbij het werk binnenin de oorspronkelijke taal van het lichaam opzoekt en terugvindt) en omvat een brede waaier aan bewegingskwaliteiten en fysieke vereisten. Dit maakt het een zeer toegankelijk stijl. Door zijn versterkende en non-autoritaire aard  is hedendaagse dans een uitstekende dansstijl langs waar zelfwaardegevoel kan gevoed worden. Contactwerk en relaxatieoefeningen waar actieve visualisatie aan te pas komt lijken bijzonder geschikt (Kaltenbrunner, 1998; Lindenfield, 2000; Wexler, 1991).
Tenslotte kunnen elementen uit dansstijlen die door (sub)culturen worden beoefend eveneens effectief zijn, omdat zij gelinkt kunnen zijn aan aspecten van identiteit en het zelf.
 

Het is natuurlijk niet vanzelfsprekend om rekening te houden met al deze aandachtspunten. Danseducatieve doelstellingen liggen doorgaans immers op verschillende domeinen. Toch kan het overzicht enige focus en richting bieden bij de voorbereiding en begeleiding van danssessies waarbij het vergroten van het zelfwaardegevoel een belangrijke doelstelling is. De genoemde aandachtspunten zijn niet allesomvattend, maar komen wel als voornaamste naar voor.
 

 

Na haar studies psychologie trainde Joke Verlinden aan het Laban Conservatorium voor Hedendaagse Dans. Toegankelijkheid, maatwerk en diversiteit vormen sleutelbegrippen bij wat ze onderneemt op het vlak van danseducatie.

Reacties zijn welkom via jokeverlinden@hotmail.com

 

 

Referenties

Bandura, A. (1997). Self-efficacy: the exercise of control. New York: W.H. Freeman & Co.
Birchall, J., Pheerboy, D., & Smith, A. (2001, Autumn). Out of reach. Animated, 36-41.
De Braekeleer Jan (2001). Actieve Kunsteducatie. Een algemene methodiek. Leuven.
Garrett, R. (1994). The influence of dance on adolescent self-esteem. In W. Schiller & D. Kaltenbrunner, T. (1998). Contact improvisation. Aachen: Meyer & Meyer.
Lavender, L. (1996). Dancers talking dance: critical evaluation in the choreography class. Champaign, IL: Human Kinetics.
Lindenfield, G. (2000). Self-esteem: simple steps to develop self-worth and heal emotional wounds (2nd ed). London: HarperCollins Publishers.
Parviainen, J. (1998). Bodies moving and being moved. Tampere: Tampere University Press.
Press, C. (2002). The dancing self. Cresskill, NJ: Hampton Press.
Redding, E., & Quinn, E. (2007). We all know that dance is good for you, but can we prove it? Animated, 21-23.
Steinman, L. (1995). The knowing body: the artist as storyteller in contemporary performance. Berkeley, CA: North Atlantic Books.
Taylor, C. & Taylor, J. (1995). Psychology of dance. Leeds: Human Kinetics.
Weiss, M. R. (1995). Children in sport: an educational model. In S. M. Murphy (Ed.), Sport psychology interventions (pp. 39-69). Leeds: Human Kinetics.
Wexler, D. B. (1991). The adolescent self: strategies for self-management, self-soothing, and self-esteem in adolescents. London: W. W. Norton & Co.
Wheeler, H. (2005). Fit to dance. Animated, 26-29.

 

 

 

Foto: Leuvense Balletakademie ©Maarten Marchau

 

 

Danspunt vzw • Abrahamstraat 13, 9000 Gent • T. 09 269 45 30 • info@danspunt.be  (!NIEUW REKENINGNUMMER! IBAN: BE54 8939 4406 5497 • BIC: VDSPBE91)

new
website
in 2018

dans
danser
danst

Danspunt is de sparringpartner van al wie gebeten is door dans. De sidekick van dansers, makers en docenten. De linker- en rechterhand van scholen, gezelschappen en dansfans pur sang. Voorbij alle stijlen ondersteunen wij aanstormend talent, creëren wij kansen en zetten wij dans op de kaart – in Vlaanderen, Brussel en ver daarbuiten. Zoek je een podium, vorming, advies? Wil je dans kennen, kijken, voelen? Danspunt maakt de vloer vrij voor inspirerende ontmoetingen en artistieke expressie. Kom langs en dans danser danst.

×